Onderwijs

Kethel wil vanuit een christelijke identiteit onderwijs geven vanuit openheid en respect voor elkaar. Dit alles in een gemeenschap waarin we proberen te leven vanuit een relatie met God, de wereld en met elkaar. Daarbij zijn de volgende waarden voor ons belangrijk:

  • Zorg voor elkaar: een goede sfeer waarin het kind zich veilig en geborgen voelt
  • Vertrouwen in het goede, in ieder mens, in ieder kind
  • Respect voor de ander: ieder mens is waardevol en als zodanig heeft ieder mens ook recht op waardering

In ons kindcentrum is een vertrouwde en veilige sfeer. Onze leerkrachten ondersteunen de kinderen in hun leer- en  ontwikkelingsproces en dagen hen uit tot nadere verkenning en ontdekking. Deze uitdagende leeromgeving geldt voor alle kinderen, dus ook voor onze hoogbegaafde leerlingen.

Wij vinden, dat onze school zich niet alleen moet beperken tot de schoolvakken, maar de kinderen moeten ook leren op een goede manier met elkaar om te gaan. Daar is opvoeding voor nodig waarin wij kinderen leren samenwerken en in toenemende mate zelf verantwoordelijk te laten zijn voor hun doen en laten. Een belangrijke taak van de school is, zo mogelijk in samenspraak met ouders en kinderen, het kind te begeleiden tot een zelfstandige en sociale persoonlijkheid. Tijdens deze begeleiding houden we rekening met de aard, de aanleg en het tempo van het kind en proberen het onderwijs hierop af te stemmen.  Onze school wil een leefgemeenschap zijn, waar kinderen niet alleen iets leren, maar zich kunnen ontwikkelen in een houding van zelfvertrouwen, zelfkennis, respect, normbesef, verantwoordelijkheid en positief gedrag. Kethel biedt zo een warme, veilige plek in een leerzame, uitdagende omgeving voor het kunnen ontwikkelen van zelfstandigheid, maximale zelfontplooiing en kennis en vaardigheden voor de toekomst.

Leerprestaties van kinderen worden vooral beïnvloed door het instructiegedrag van de leerkracht. De manier waarop wij instructie geven is terug te zien van groep 1 tot en met groep 8. Bij de aanbieding van de leerstof sluiten we aan bij de behoeften van de kinderen. De instructie is effectief en gedifferentieerd en de verwerking van de leerstof sluit aan bij de capaciteiten van de kinderen. Met deze wetenschap willen we met betrekking tot het directe instructiemodel scherp blijven en doorgroeien bij het toepassen en uitvoeren van onderwijs brede afspraken in deze. Het is belangrijk dat de kinderen hierbij actief betrokken worden door het hanteren van gevarieerde coöperatieve werkvormen, interacties, uitdagende materialen en het stimuleren tot het nemen van eigen initiatieven. Inn ons onderwijs wordt een opbouw gemaakt met het zelfstandig werken. Het doel van het zelfstandig werken is uitdaging voor iedereen. Ook wordt met het zelfstandig werken het samen spelen en samen leren gestimuleerd.

De pedagogische huisstijl is daarnaast een belangrijke pijler in het onderwijsconcept van iedere school/kindcentrum. We willen dat leerlingen gemotiveerd blijven voor hun werk en zelfvertrouwen kunnen opbouwen. Coöperatief leren is een belangrijke pijler in onze stimulans om kinderen te leren samenwerken.  Bij coöperatief leren gaat het in ons onderwijs om de samenwerking tussen sterkere en zwakkere leerlingen. Dit wordt gestimuleerd door coöperatieve werkvormen, waarbij kinderen in tweetallen of groepjes werken. We spraken al over een uitdagende leeromgeving, differentiatie en afstemming op behoeften van kinderen. Dit geldt natuurlijk ook voor meer intelligente en hoogbegaafde kinderen. Voor deze doelgroep hebben we een protocol opgesteld. Per bouw zijn er uitdagende materialen die de kinderen kunnen gebruiken in de groep. Deze kinderen krijgen in de klas de mogelijkheid zich te verdiepen in de aangeboden leerstof en extra uitgedaagd te worden d.m.v. materialen en computerprogramma’s.

We geven instructie volgens het activerende directe instructiemodel. Dit instructiemodel is opgebouwd uit zes fasen:

  1. Dagelijkse terugblik. Elke les start met het terugblikken op de leerstof van de vorige les en/of met het ophalen van voorkennis.
  2. Presentatie. Deze fase begint met een overzicht wat je deze les wilt bereiken. Daarna introduceert de leerkracht de nieuwe stof stapsgewijs, met gebruik van voorbeelden. Hij controleert regelmatig of de leerlingen de stof begrijpen.
  3. (In) Oefening. Tijdens het begeleidt inoefenen stelt de leerkracht veel vragen. Hij let op of alle kinderen betrokken blijven. Hij probeert hoge successcores te halen, van zo’n 75 à 80 %. Dat bevordert het zelfvertrouwen. Lage scores frustreren, te hoge scores vervelen.
  4. Individuele verwerking. De leerlingen verwerken de leerstof zelfstandig. De leerkracht creëert een leeromgeving waarin de leerlingen hun leertijd effectief gebruiken. Hij controleert het leerlingenwerk zo snel mogelijk, zodat hij direct feedback kan geven op hun werk.
  5. Periodieke terugblik. Bijvoorbeeld na elk leerstofonderdeel of een keer per week.
  6. Terugkoppeling. De leerkracht geeft veel feedback, vooral procesfeedback. Zet de leerling aan het denken: Hoe komt het dat dit goed/fout ging? De leerkracht moedigt veel aan.

De instructie wordt op verschillende niveaus gegeven. Vanaf groep 3 kennen we de volgende niveaus:

  • 1-ster (minimum doel)
  • 2-ster (basis doel)
  • 3-ster (verrijkingsdoel)

In overleg met de ouders, de zorgcoördinator en de leerkracht kan besloten worden om een kind op een eigen leerlijn te zetten.

Tijdens de lessen maken we gebruik van coöperatieve werkvormen. De volgende werkvormen worden regelmatig ingezet:

  • Mix, bevries, koppel
  • Binnenkring/buitenkrijg
  • Duo’s
  • Placemat
  • Schoudermaatjes
  • Denken, delen, uitwisselen